De plannen van Ramsey Nasr
23 april 2005. Een groot plein, ergens in een volkswijk achter het Antwerpse Centraal Station. Ik had juist een nieuw stadsgedicht voorgelezen over deze buurt, die bekend staat om zijn overlast van verslaafden, prostituees, huisjesmelkers en ga zo maar door. In de luidruchtige cafés lijken alle continenten samen te komen. Het publiek waarvoor ik had gelezen waren bewoners en genodigden; een bizarre mix van jonge gezinnen en alleenstaande bejaarden, allochtonen en autochtonen, notabelen en junkies. De wereld op een plein. Aan het eind van de middag kwam bij de tramhalte een oud koppel op me af. Met de preien uitstekend uit hun voortgetrokken boodschappentas leken ze mij het prototype van de verzuurde bewoner: achterblijvers in een verloederde wijk. Streng hielden ze me staande: ‘Meneer de dichter,’ sprak de dame in plat dialect, ‘wij zijn geen poëzielezers. Maar wat u over onze wijk heeft geschreven, dat heeft ons geraakt tot in het hart. Merci.’ Ze knikte nog eens, ‘merci’ - en struinde weer verder met haar man, arm in arm, de boodschappentas achter hen aan, en mij met mijn vooroordelen achterlatend.
Dat ene jaar als stadsdichter was voor mij een ingrijpend jaar. Tot mijn grote verbazing bleek mogelijk wat ik altijd voor onmogelijk had gehouden: met poëzie zowel de geoefende poëzieliefhebber te bereiken als de buurvrouw die al zestig jaar in blakende gezondheid verkeert zonder ooit een bundel te hebben aangeraakt. Blijkbaar is het mogelijk om totaal verschillende mensen tenminste voor de duur van een gedicht te betrekken in de poëzie, hen daarin op te nemen, en wel dankzij het onderwerp: zijzelf.
Ik heb altijd kunst willen maken die met beide benen in de maatschappij staat. Het stadsdichterschap heeft me ervan overtuigd dat dit kan, zonder toegevingen te doen in wat ik schrijf, maar door simpelweg ook andere stemmen dan die van mezelf aan het woord te laten: de vele stemmen van een wijk, een stad, een land.
Ik denk dat een Dichter des Vaderlands kan zijn wat de titel suggereert. En ik denk ook dat voor deze functie geen beter tijdstip bestaat dan vandaag.
Nederland staat op een kruispunt, is volop bezig zichzelf opnieuw te definiëren. Waarom zoeken wij juist nu naar de Grootste Nederlander aller Tijden? Waarom stellen wij uitgerekend vandaag een canon op? Er is een reden voor Geert Mak en er is een reden voor Geert Wilders. Nederlanders willen beter onderwijs, betere politici, betere burgers - en komen uiteindelijk uit bij zichzelf. Wie zijn wij eigenlijk? Wat is dat, Nederland? Ik denk in alle bescheidenheid dat een dichter kan helpen in die zoektocht. Niet voor de antwoorden, maar voor de vragen. Nederland heeft een dichter nodig.
Voor mij is een Dichter des Vaderlands iemand die enerzijds in staat is als ambassadeur voor de Nederlandstalige poëzie op te treden in alle mogelijke gedaantes, op alle denkbare manieren: in scholen en theaters, op universiteiten, in achterstandswijken en via alle media, samen met de vele dichters die dit land rijk is; en die zich anderzijds via de poëzie wil inzetten voor een land - niet voor één stad, niet voor één provincie of een verzamelde achterban, maar voor een land dat heropgebouwd wil worden.
Een Dichter des Vaderlands betrekt zijn land in de poëzie. En toont de poëzie zijn land.
Ramsey Nasr





