De plannen van Erik Menkveld

Wat zou de Dichter des Vaderlands kunnen doen in het belang van de Nederlandse poëzie en haar dichters?

1. Bijdragen aan het zichtbaar(der) maken van de poëzie:

  • door zich te beijveren voor de oprichting van een impresariaat met eigen website, dat dichtersoptredens op podia, scholen, in bibliotheken etc. en dichtersopdrachten etc. werft en organiseert en dat ook inhoudelijke en achtergrondinformatie over de dichters en hun werk verschaft (dossiers). Hiervoor zouden activiteiten, expertise en krachten van reeds bestaande organisaties als Schrijvers School Samenleving, de KB en het Nederlands Literair Productie en Vertalingenfonds gebundeld kunnen worden.
  • door zich te beijveren voor meer poëzie op televisie, digitale kanalen, radio en in traditionele kranten, bijvoorbeeld door omroepen te interesseren voor een ‘Levende dichtersalmanak’ naar voorbeeld van Hans Kellers ‘Dode dichtersalmanak’. Dichters lezen een gedicht voor, kort en toegankelijk ingeleid door bijv. de DDV. In kranten regelmatig een gedicht en in ieder geval de ‘regel van de dag’ op de voorpagina.
  • door met poëzieuitgevers en de Poëzieclub de mogelijkheden onderzoeken voor goedkope (1 à 2 euro) poëzieuitgaven, een poëziepocketreeks met oude en nieuwe dichters, themabloemlezingen in krantvorm en dergelijke.
  • door in het algemeen contact zoeken met de talloze organisaties in Nederland die al bezig zijn de poëzie te promoten en overleggen hoe de DDV hun activiteiten doeltreffend zou kunnen ondersteunen.

2. Inhoudelijke achtergrond verschaffen:

Veel lezers menen weinig toegang tot de (hedendaagse) poëzie te hebben. Poëzie is ‘deftig’, ‘heilig’, ‘moeilijk’, ‘niet voor ons’. Vaak worden ze toch enthousiast als je er iets over vertelt, laat zien hoe bepaalde poëtische middelen werken, waarom een dichter ze gebruikt, iets van zijn thematiek en werkwijze laat zien etc. De DDV moet m.i. dan ook veel aandacht besteden aan de inhoudelijke promotie van de poëzie.

  • De loftrompet: regelmatig een enthousiasmerende column of wervend, toegankelijk stuk over een dichter, een bundel of een gedicht schrijven voor een krant of website. Deze stukken zouden ook radiocolumns kunnen zijn of via een mailabonnement verspreid kunnen worden.
  • Dichters introduceren en interviewen op podia, festivals, internet.
  • Een kort (internet)televisieprogramma waarin de DDV steeds een gedicht bespreekt, vergelijkbaar met hoe Henk van Os beeldende kunst besprak in zijn programma.
  • Omdat poëzie vaak in kleine intieme kring het beste werkt (zie het prachtige Dichter-aan-Huis-festival) en er al veel mooie grote podia en festivals zijn, moet de DDV veel op huisbezoek en contact zoeken met poëzieleesclubs. Via het impresariaat (zie boven) kan hij uitgenodigd worden voor privé-poëzievoordrachten, vooral ook samen met andere dichters (die hij zou kunnen introduceren), als vraagbaak of ter opluistering van een poëzieleesclubavond (over welke bundel of dichter dan ook) etc.
  • De DDV zou in bibliotheken, boekhandels of op podia introducerende lezingen kunnen houden over belangrijke oudere en/ of hedendaagse dichters (vanaf Gorter, Leopold, Nijhoff, Achterberg, Lucebert, Faverey, Kouwenaar, tot Wijnberg, Oosterhoff, Michel, Van Dixhoorn, Zwaal of Zwamborn). Ook kan hij her en der optredende dichters begeleiden als hun inleider en/of interviewer, als organisatoren en dichters daar prijs op stellen.
  • Veel contact zoeken met het middelbaar onderwijs, bijvoorbeeld in samenwerking met een organisatie als School der Poëzie. De DDV kan masterclasses geven, iets vertellen over het dichterschap, het tot stand komen van poëzie, andere dichters, jureren bij slams etc. 
  • Zich beschikbaar stellen voor medewerking bij de ontwikkeling van een professioneel internettijdschrift gewijd aan de Nederlandse poëzie en poëziekritiek in al haar facetten.

Erik Menkveld