Tsead Bruinja Dichter des Vaderlands 2019-2021

De 44-jarige Friese Amsterdammer neemt de titel over van Ester Naomi Perquin, die de afgelopen twee jaar het ambt bekleedde. Bruinja, de zevende Dichter des Vaderlands, werd gekozen door een benoemingscommissie van kenners en dichters. Hij zal de komende twee jaar gedichten schrijven bij nationale gebeurtenissen en optreden als ambassadeur van de poëzie.

Bruinja (Rinsumageast, 1974) is volgens de commissie “een dichter die in eerlijke, eenvoudige woorden zowel gevoelig als scherp kan zijn, die een inval of anekdote tot gedicht kan verheffen en rauwheid en lyriek afwisselt”.

Lees verder

Vreemde eend in de bijt – Nieuwjaarsborrel Adfiz

Adfiz (https://www.adfiz.nl/), een branchevereniging van onafhankelijke financiële adviseurs, nodigde mij uit een gedicht te schrijven voor hun online nieuwjaarsborrel. Ik stelde voor om in plaats van een algemene tekst vier gedichten te maken op basis van gesprekken met aangeslotenen. Ik kreeg de persoonlijke verhalen te horen van de mensen bemiddelen tussen ons en onze verzekeringen of die een notaris voor ons regelen als we op sterven liggen.   Bij het optreden wilden ze graag vioolmuziek. Daarbij moest ik meteen denken aan Oene van Geel (https://oenevangeel.com/).  

Dossier Gemeenschap   

*

dan maak je het verschil

een leven lang ben je onzichtbaar
totdat een boerderij afbrandt
en een familie met de handen in het haar
het levenswerk vernietigd ziet

je dirigeert de mensen om woede en verdriet heen
laat zien dat onder puin een toekomst ligt

dat is het echte werk
dan maak je het verschil

zoals je vader dat voor jou deed
stap je in je wagen op welk uur van de dag
welke dag van de week dan ook
breng je rust waar paniek is

het gaat je niet in de kouwe kleren zitten
het komt mee naar huis waar je wordt opgevangen

het kan eruit op het sportveld
waar je naam op het bord staat

niet langer zie ik daarin een bedrijf
een schreeuw om aandacht
een vertoon van geld

ik zie een gezin en de gezinnen
waar het mee samenvalt



het gaat bij ons niet om het goedkoopste

je zou er eigenlijk bij moeten zijn
als een klant na een goed gesprek bij ons op kantoor
de deur uitloopt zich omdraait en vol verbazing stamelt
jullie hebben mij helemaal niks verkocht

of wanneer op een verjaardagsfeestje
de een na de ander zit op te scheppen
over hoeveel korting ze krijgen op hun autoverzekering
en een klant van ons zegt

ik heb geen korting
ik heb yvonne en frank

als je fiets gestolen wordt
en je kunt het je veroorloven een nieuwe te kopen
dan kun je zelfstandig dat risico lopen

vinden wij

als jong meisje wilde ik cameravrouw worden
of tekenjuf of kleuterjuf of actrice

mijn vader zei ik zie jou eerder achter de kassa
van de albert heijn belanden

hij zou eens moeten zien hoe een klant
bij ons de deur uitloopt zonder dat we hem iets hebben verkocht
en later opbelt om te vragen

of we al zijn polissen willen overnemen


het is leuk thuiswerken maar er is ook meer als werk

een klant wilde vanuit het midden van het land
weer in het zuiden komen wonen

met zijn vrouw had hij een nieuw huis gekocht
en het oude verkocht

twee weken voor de overdracht werd hij ernstig ziek
en na vier dagen bleek dat hij de overdracht niet ging halen

dezelfde dag hebben we toen in het ziekenhuis
nog een notaris weten te regelen
zodat het testament kon worden opgesteld
en de overdracht kon plaatsvinden

binnen een week was
door goed meewerken van de bank
ook de hypotheek aangepast

dat heeft mij aangegrepen

de zoon van deze mensen zie ik regelmatig
want hij zit in de sponsorcommissie van de voetbalclub
waar ik zelf 25 jaar jeugdtrainer ben geweest

er loopt bijna niemand weg bij ons
door de sfeer op kantoor

ik sta met twee poten in de klei
als de wc schoongemaakt moet worden
doe ik het ook



vreemde eend in de bijt

ik zie mijn collega’s nooit als concurrenten
maar echt als collega’s met wie we samenwerken

een klant die voor een lagere premie naar iemand anders gaat
krijgt altijd een keurige brief

bedankt voor het vertrouwen
mocht het elders toch niet bevallen
schroom dan niet om weer contact op te nemen

die brief maakt indruk en ook het feit dat ik niet heb gebeld
soms komt zo’n klant na twee jaar weer terug
dan heb je ze voor het leven

het is jammer dat er weinig instroom is van jonge mensen
vroeger viel ik daar zelf ook onder

ik ben de zoon van een man die al in 1972
een assurantiekantoor is gestart

ik neem dat nooit over dacht ik
jasje dasje stoffig vak

nu lobby ik in den haag
voor verse aanwas

In de verzen van Tsead Bruinja klinken tbs’ers menselijk en oprecht (recensie in de Volkskrant)

Door Emilia Menkveld  

Geen ivoren toren, geen hermetische taal: als Dichter des Vaderlands wil Tsead Bruinja (1974) midden in de maatschappij staan. In zijn nieuwe bundel Springtij laat hij bewoners en behandelaars van tbs-kliniek de Pompestichting aan het woord. Anoniem, uiteraard: in de bundel heet iedereen ‘x’.

In Bruinja’s verzen klinken hun stemmen menselijk en oprecht. Hier en daar schemert door waarom ze ‘binnen’ zitten; vergoelijkend wordt het nergens. We lezen over de tbs’er die wil leren schilderen als Bob Ross, maar van de leiding niet met thinner mag werken (‘x zit niet voor brandstichting dus thinner zou best moeten kunnen/ volgens hem’). Over de behandelaar die zijn werk heeft ‘leren parkeren’, de tbs’er bij wie na de scheiding alles in het honderd liep. En over de rusteloze tbs’er die prachtig kan associëren: ‘plannen is net als rataplan ratten ze komen zo snel op de geur van kaas af/ dan val je in de val voor muisjes is het hetzelfde tegenwoordig speelt iedereen/ met muisjes achter de computer de nieuwe vogelkooi is mooi kanarie/ canarische eilanden blackbird allemaal zingen ze zo mooi hier’. Een passend afscheid van deze Dichter des Vaderlands. Op 21 januari wordt zijn opvolger bekendgemaakt.

Tsead Bruinja · X het engels en de preacher man Tsead Bruinja: Springtij. Querido; € 12,50.  


https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/in-de-verzen-van-tsead-bruinja-klinken-tbs-ers-menselijk-en-oprecht~b039b0c16/

Eind maart – gedicht naar aanleiding van het onderzoek naar de kinderopvangtoeslag

De afgelopen weken werd mij gevraagd of er nog iets was waar ik als Dichter des Vaderlands over had willen schrijven. Voor mij was dat het onderzoek naar de kinderopvangtoeslag en de manier waarop de verschillende bewindslieden met hun verantwoordelijkheid omgaan.

Hieronder het gedicht.

eind maart

in een haagse schaftkeet van de plantsoenendienst
reik ik mark rutte mark asscher en mark hoekstra
hun oranje hesjes aan

een voor een trekken ze de elastiekjes
van hun broodtrommel en beginnen
bammetjes te ruilen alsof ze dit al jaren doen
thuis reppen ze met geen woord
over wat ze er het liefste op hebben

we nemen het werk door
dat voor vandaag op de planning staat
alle drie protesteren netjes met voorzitter
zo hadden we dit niet afgesproken
en binden weer in nadat ik hun een lesje
heb gegeven in

hoe verberg je je enkelband

mark wiebes en mark weekers fietsen langs
met pijnlijke blaren aan hun voetjes

degelijke zweedse klompen
hun gezichten uitgestreken

verwijtbaar moe
en omgeschoold

*


Meer informatie en een link naar het verslag op:

https://www.tweedekamer.nl/nieuws/kamernieuws/eindverslag-onderzoek-kinderopvangtoeslag-overhandigd

20201217_eindverslag_parlementaire_ondervragingscommissie_kinderopvangtoeslag-page-001

In de Literaire Hemel

“Joep van Ruiten interviewt Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja. Binnenkort draagt de Friese Amsterdammer, na twee jaar, het stokje over. Bruinja sprak afgelopen zomer tbs’ers en hun behandelaars van de Pompestichting. In Springtij staan de teksten die hij op basis van deze gesprekken heeft geschreven. Hij noemt het zelf “documentairepoëzie.” Klaas Koops uit Schipborg vertelt over zijn nieuwe boek Vief liefdes, gedichten en gedachten in Zuidoost Zand-Drents. Annette Timmer interviewt Barber van de Pol. Zij schreef een portret van denker en schrijver Carry van Bruggen, die 140 jaar geleden werd geboren in Smilde; Er is geen ander zijn dan anders zijn.”  

https://www.literairehemel.nl/

Tbs’ers krijgen een menselijk gezicht – interview in de Gelderlander over ‘Springtij’ (Querido)

Gelderlander_heel

Poëzie Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja sprak op uitnodiging van de Pompestichting met twaalf tbs’ers en hun behandelaars. Op basis van deze ontmoetingen schreef hij de dichtbundel ‘Springtij’.

Door Mirjam van Zelst

Daar stond Tsead Bruinja (1974) dan, de eerste keer, op de stoep van de Pompekliniek in Nijmegen. Hij zou een verkennend gesprek hebben met geestelijk verzorger Marco Luijk. Hoge hekken, prikkeldraad. Schuifdeur open, sluis in, schuifdeur dicht. Alles werd gecontroleerd, er mocht niks mee naar binnen behalve een notitieblok en een pen. ,,Dat was indrukwekkend”, zegt de dichter. ,,Ik wist niet wat ik moest verwachten.”

Agressiever

Later, toen hij en Luijk overeenstemming hadden bereikt en de twaalf gesprekspartners waren geselecteerd, was er nog zo’n primeur; het eerste gesprek met een tbs’er. Bruinja had ter voorbereiding de documentaire Longstay gezien, ,,een aanrader trouwens”, en was niet zenuwachtig maar een beetje gespannen. ,,Ik verwachtte echt geen monsters. Wel had ik ze uiteindelijk agressiever gedacht, defensiever, dan ze waren. Mijn eerste tbs’er werd al snel een mens met zijn eigen verhaal.”

Dat verhaal wilde Bruinja vastleggen in de vorm van documentairepoëzie, zoals hij de gedichten in zijn bundel Springtij zelf noemt. Maar ‘X’ – zo heten uiteindelijk alle tbs’ers in Springtij- mocht niet herkenbaar zijn voor de eventuele slachtoffers van zijn delict, dus Bruinja moest uitkijken wat hij schreef. De eerste ‘X’ was ‘een horecajongen die van zijn moeder eigenlijk de ambtenarij in moest’, zo valt te lezen in het gedicht op bladzijde 18 van de bundel. Dat mocht.

ER BLIJFT BUITEN STEEDS MINDER TIJD OVER VOOR X

hij had het eerst moeten overleggen
nu rijden de kinderen in de volvo van achthonderd euro
achthonderd euro voor een volvo op facebook
was niet veel

dat wissen van de browsegeschiedenis
was niet helemaal de bedoeling
toch weg telefoon weg computer
het onderzoek duurt maanden

frans bauer hoeft niet van x
jannes wel jannes zingt geweldig
jannes zingt en wordt zelf zichtbaar geraakt
door het nummer dat hij zingt

dat ziet x
een man van het toerisme
een horecajongen die van zijn moeder
eigenlijk de ambtenarij in moest

bij het vertrek van de eerste achtdaagse reis naar luxemburg
die hij zelf had georganiseerd met zijn eigen bus
verwonderde het hem dat pa en ma
de bus kwamen uitzwaaien

maar ze liepen door en stapten doodleuk in
ze hadden geboekt

x is een man die moet leren dat wie niet met mes en vork eet
wie niet netjes goeiemorgen zegt en beleefd op de ander wacht
tijdens het eten

een aantekening krijgt

wat x ziet en doet staat op een harde schijf
wat x is past daar niet op

met zijn handen uit de mouwen in keuken en kantin
e
wacht hij op de resultaten van het onderzoek

Alle teksten werden achteraf gecontroleerd door zowel Luijk, als door Bruinja’s gesprekspartners zelf. Soms kwam er dan commentaar. ,,Dat vond ik niet altijd even gemakkelijk”, zegt Bruinja. Maar om het nou censuur te noemen, dat gaat hem te ver. ,,Ik heb welgeteld een keer een strofe weg moeten halen vanwege te grote herkenbaarheid, maar ik had zo veel opgeschreven, dat ik ander materiaal had, dat ook werkte. Ik wist van tevoren dat dit het proces zou zijn.”

Binnen kaders

Als Dichter des Vaderlands 2020 was Bruinja wel gewend om in opdracht te werken, binnen vooraf bepaalde kaders. Begin vorig jaar maakte hij nog Portretten in Poëzie van mensen in zorginstellingen, en zijn gedichten voor NRC Handelsblad hadden altijd met de actualiteit te maken. ,,Poëzie, of kunst in het algemeen, is een verbinder”, vindt hij. Een dichter hoort niet boven in zijn ivoren toren te zitten om moeilijke gedichten te maken. ,,Ook een dichter hoort midden in de samenleving. Hij is op zijn eigen manier onderdeel van het geheel. Net als een kantklosser. Ik heb niks met kantklossen maar ik zeg ook niet dat die in zijn torentje moet blijven. Of André Hazes. Iedere kunstenaar mag zelf weten op welke manier hij zijn bijdrage levert.”

Gezicht

En midden in die samenleving stak de dichter zelf ook nog iets op. ,,De tbs’er heeft voor mij een menselijk gezicht gekregen; hij is geen vaag begrip meer, of alleen zijn delict. Hij is een mens, met een leven en met behoefte aan een toekomst.” Daarbij kwam ook nog een persoonlijk gewin: ,,Als dichter is dit mijn eerste bundel over één onderwerp; mijn eerste conceptalbum. Dat is me goed bevallen en dat hoop ik vaker te doen.”

‘Buiten’ als perspectief

PROJECT X

Marco Luijk is predikant en geestelijk verzorger bij de Pompestichting. Hij was de contactpersoon van Tsead Bruinja. ,,Ik organiseer voor de Pompestichting regelmatig projecten, vaak iets met kunst. Veel mensen hier zitten al zo lang ‘binnen’, zoals zij het noemen, ze hebben een eigen levenswerkelijkheid en ook een eigen taal; het is interessant om daar wat mee te doen. Ik zag dat de vorige Dichter des Vaderlands, Ester Naomi Perquin, embedded had gezeten bij de politie en zo kwam ik op het idee om Tsead te vragen.

Het resultaat is heel wonderlijk. Tsead luistert heel goed. Uit de taal van sommige patiënten komt naar voren dat ze last hebben van psychoses. Ze associëren pijlsnel met beelden en dat zie je terug in deze bundel. Daarnaast wordt er ook geklaagd. Dat is niet alleen negatief. Het is ook verzet, en daaraan zie je dat ze zich niet zomaar bij hun situatie neerleggen. Dat is goed.

De Pompestichting heeft twee types patiënten: in Nijmegen worden 150 personen behandeld met het oog op terugkeer in de maatschappij en dat lukt aardig. In het dorp Zeeland is de longstay (langdurige zorg). Daar zitten ongeveer honderd mensen, van wie de helft uitstroomt naar een andere locatie. Maar ook de andere helft heeft nog perspectief; ze kijken allemaal naar buiten.

Tsead heeft op beide locaties gesproken met patiënten. Hij sprak ook een psycholoog en een psychiater, maar ik zeg niet welke gedichten dat zijn. Het zijn allemaal parels geworden.”

Bron: De Gelderlander

Eerste indrukken – Dietske Geerlings op Ooteoote over ‘Springtij’ (Querido)

…Ook hier wordt x behalve een onbekende, ook een variabele, en daarmee een stukje van de lezer: zo gaat het met de pijn in een mensenleven, soms kun je ermee leven en er afstand van nemen, een ander moment groeit deze je boven het hoofd…

Dietske Geerlings buigt zich voor Ooteoote.nl over ‘X rekende af met de verkeerde persoon’ uit ‘Springtij’ (Querido)   Lees het hele artikel op:  

Logo-nogbreder-zonderboe

https://ooteoote.nl/

Trommels en trompetten – interview over ‘Springtij’ bij Opium op Radio 4

Goed gesprek met Andrea van Pol bij Opium op Radio 4 gisteren over ‘Springtij’ (Querido / mede tot stand gekomen met steun van de Pompestichting en het door het Prins Bernhard Cultuurfonds beheerde Pijlfonds )

“Opium is hét kunst- en cultuurprogramma, met interviews en reportages, nieuwe tentoonstellingen in De Audiotour en een eigen Klassieke Bibliotheek. Muziek om je te verwonderen, en dan bij in slaap te vallen…

Het gesprek – Tsead Bruinja

Andrea van Pol spreekt Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja over ‘Springtij’.

In de zomer van 2020 mocht Tsead Bruinja, als Dichter des Vaderlands, op uitnodiging van de Pompestichting met tbs’ers en hun behandelaars spreken. Dat werden openhartige conversaties over hun jeugd, hun leven in de kliniek en de problemen waar ze tegen aanlopen. Op basis van deze gesprekken schreef Bruinja teksten die hij omschrijft als documentairepoëzie. In springtij komen de mensen die we ter beschikking stellen aan de staat zelf aan het woord, in hun eigen taal. Mensen die een vreselijk delict hebben begaan, maar ook mannen en vrouwen met wie we verlangens, adromen en ambities delen.”

Luister de hele uitzending, inclusief de muziek, terug op:

www.nporadio4.nl/opium/gemist

4e4667b2-19a1-481c-bda4-358f5b4a549c

Meer over Andrea van Pol:

http://www.andreavanpol.dds.nl/

Mijn overbuurvrouw is een meeuw

“Die pandemie heeft een cascade aan gedichten losgemaakt, coronagedichten, een fontein van opengesprongen dichtaders.” – John Jansen van Galen in Met het Oog op Morgen op Radio 1

“Waarschijnlijk is het in Nederland nog nooit voorgekomen dat er in zo’n korte tijd zoveel gedichten over hetzelfde onderwerp zijn geschreven en ook nog eens direct beschikbaar gesteld via internet.” – Ingmar Heytze in Trouw, Trouw, 23-5-2020:

„Lieve dichters, schrijvers, muzikanten, acteurs, operazangers, minderjarige fagottisten, necrofiele tegelleggers, incestueuze imkers, Bulgaarse laminaatverkopers, sjamanistische touwslagers, bipolaire garnalenpellers, houd uw coronamisbaksels voor uzelf!” – Delphine Lecompte, NRC, 10-4-2020

Omslag_voorkant

Eind januari verschijnt bij uitgeverij Liverse Mijn overbuurvrouw is een meeuw een bloemlezing uit de inzendingen van coronagedicht.nl (een initiatief van Mario Reijnen)

Van maart tot en met juli 2020 werden er ruim 900 gedichten geplaatst op de website www.coronagedicht.nl. Je vindt er nog altijd een rijke verzameling poëtische vormen en tongvallen, van haiku tot ollekebolleke, van het Nederlands tot Twents, Limburgs en meer. Samen met Wim van Til van Poëziecentrum Nederland en met financiële steun van de provincie Gelderland maakte Tsead Bruinja een selectie van 110 gedichten voor een papieren bloemlezing die eind januari verschijnt onder de titel ‘Mijn overbuurvrouw is een meeuw’ (ontleend aan een gedicht van Sholeh Rezazadeh). Uitgeverij Liverse geeft de bundel uit. Je kunt hem daar nu al bestellen door een mailtje te sturen aan verkoop(@)liverse.nl.

https://www.liverse.nl/

Wat meer informatie over Coronagedicht.nl en de bloemlezing

Mario Reijnen realiseerde de website, bouwde hem en onderhield hem. Reijnen deed ook het voorwerk voor de subsidieaanvraag en onderhield contact met de provincie Gelderland.

Het bestuur en de vrijwilligers van het Poëziecentrum (o.a. Monica Boschman, Marianna van Vugt, Piet Bakker en Ronny Lommen) hielpen bij de redactie en de subsidieaanvragen.

https://www.poeziecentrumnederland.nl/http://coronagedicht.nl/

https://www.studiohetnachtdier.nl/

Van boekhouder tot striptekenaar; dé tbs’er bestaat niet – recensie ‘Springtij’ (Querido) in Trouw

Trouw4

– Janita Monna over ‘Springtij’ (Querido) in Trouw vandaag
De Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja laat zien dat dé tbs’er niet bestaat.In een uitzending van ‘Pauw komt binnen’ kwam tbs’er Cas aan het woord. Volgens Cas hadden mensen als hij ‘vaak scheefgroei meegemaakt in hun leven’. Aan tafel bij Pauw werd geprobeerd het beeld van de tbs’er als onberekenbare zware jongen te nuanceren. Iets wat nodig blijft, want het systeem van terbeschikkingstelling – verplichte behandeling na een delict – staat onder druk. Na ieder geweldsincident met een tbs’er op verlof, na iedere ontsnappingspoging, klinkt de roep om de samenleving te beschermen tegen deze ‘gevaarlijke gekken’.  

Pauw

Wat Pauw deed op tv, doet Tsead Bruinja in gedichten. Bruinja, die nog tot eind deze maand Dichter des Vaderlands is, sprak daders en behandelaars van de Pompestichting voor forensische psychiatrie. Van hun verhalen maakte hij poëzie.   Boekhouder   De tbs’ers in zijn bundel springtij waren soms gewoon boekhouder. Op het werk liep alles prima, tot de scheiding. Ook zij waren ooit klein, groeiden op met een moeder die een goede toekomst voor haar kinderen wilde, misten een vader. En ergens ging het mis. Dertig jaar zitten sommigen al ‘binnen’. Waar de ‘scheefgroei’ begon, wat de mannen – steevast aangeduid met ‘x’, net als de behandelaars – op hun kerfstok hebben, daarvan laat Bruinja meestal niet meer zien dan een glimp. ‘x is soms grof en hard en weinig empathisch/ in hoe hij over vrouwen denkt’.

Hij wekt geen medelijden op, hij toont slechts dat dé tbs’er’ niet bestaat. Dat onder hen evengoed mannen zijn die zowel van knokfilms houden als van de Efteling, en dan vooral van de attracties ‘in sprookjesstijl’. Dat de een wil schilderen als Bob Ross, een ander gedichten schrijft en weer een ander mangastrips tekent, maar dan zonder de grote ogen: ‘zijn moeder vond ze eng’.

Springtij doet in de verte denken aan Celinspecties waarin Ester Naomi Perquin in het hoofd van gevangenen kroop. Maar Bruinja werkt meer ‘documentair’, zoals hij het noemt. Hij sprak vechters: ‘het enige waar de kliniek goed in is/ is vernietigen wat je leuk vindt’, grappenmakers, en dromers als x op zijn scootmobiel die ‘componist wilde worden’. Sommigen zitten al zo lang opgesloten dat ze het ‘prikkeldraad niet meer zien’. Anderen durven nog te denken aan een leven daarbuiten. Aan een nieuwe start, aan werk in een ‘klein fabriekje (…) waar zeep en shampoo/ in flesjes worden gepompt’.  

X ZIET HET PRIKKELDRAAD NIET MEER

x stroopt in zijn vrije tijd de kringloopwinkels af in de buurt van nijmegen
die buurt strekt zich voor hem uit van eindhoven tot den bosch

hij koopt wat dingetjes zet ze op internet
en verdient zo een paar tientjes

hij weet ook dat hij het zelf moet doen

stel dat ik vannacht ga stappen
en ik kom strontlazarus thuis
dan ga ik terug naar de overkant

bij x begint bier pas lekker te smaken
als hij aan zijn zevende toe is

dertig jaar zat x binnen
maar zijn geest was buiten
x lacht een rokerslach

het was hier vroeger zo lek als een mandje
zegt hij

er zat een gat in het hek
daarachter stond een fiets om drank te halen
of iemand sprong van boom naar boom

er gebeurde nooit niks
altijd was er wel iemand weg
die stond dan om twaalf uur de volgende dag
gewoon weer voor de deur

even ontsnappen aan de sleur

x sliep slecht vannacht
hij heeft een tennisarm
en zijn rug is versleten

een poosje geleden had hij een hartstilstand
maar dat feestje ging niet door

toen hij in het ziekenhuis lag
informeerde zijn dochter via haar tante
hoe het met hem ging

dertien jaar heeft hij het meisje
dat nu een vrouw is
niet gezien

de woonkamer staat vol foto’s van haar  

Trouw1
Trouw2

Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze woonde lang op Bonaire als correspondent. Monna werkte als redacteur bij Poetry International en was initiatiefnemer van de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze wekelijks over poëzie.Bron: https://www.trouw.nl/