Een paasgedicht

Treurig die dag, een donderdagnacht
waarin een land op waarheid wacht.
Rutte, Hoekstra, Kaag, ze gaan gedrieën
naar het einde van de via via Dolorosa.
Daar treffen we de waarheid op d’r knieën.
De nieuwe stemmen zingen al het Lacrimosa,
een eensgezinde roedel, nog in lamswol:
na het weekend zullen ze elkaar verscheuren,
tot die tijd deelt men één feeststol.
Van modder krijgt de waarheid camouflagekleuren.
Niemand weet nog wie wat waar beweerde.
Of waarheid wel bestaat, als je iets bent vergeten.
Maar selectieve amnesie was nooit wat deerde:
wat wringt is het selectieve geweten.

De mensen die hij naar de afgrond bracht
moeten de onverbiddelijke leider nu vergeven,
terwijl een nieuw leider precedenten schept.
Met een oordeel dat niet over consequenties rept
is de controlerende macht voorgoed verdreven.
De waarheid languit op de grond, en naakt.
En weer een laatste kans die niet de laatste is.
Zou hij weten dat er op de hele wereld
geen bedrijf is dat vertrouwen maakt?
Een eenzame leider baart een eenzaam volk,
dat is de omgekeerde wet van democraten.
Waarheid staat pas weer op in iemand anders’ mond.
Oh Rutte — door te blijven heeft u ons verlaten.